Wim Everaerts (ingenieur bij Team WRT): “Ik ben een competitiebeest”

Audi Magazine

Het hele seizoen 2021 was hij aanwezig, in de schaduw. Terwijl zijn piloten in hun Audi R8 LMS GT3 de zeges en podiumplaatsen aan elkaar regen, trad hij nooit in de schijnwerpers. Nochtans had hij een belangrijk aandeel in het succes van Dries Vanthoor en Charles Weerts in de GT World Challenge Europe. De 37-jarige Wim Everaerts schopte het tot een van de sleutelfiguren bij Team WRT als “ingenieur van de #32” zoals hij het zelf omschrijft.

Wim Everaerts (ingenieur bij Team WRT): “Ik ben een competitiebeest”
“Het grappige is dat ik initieel helemaal geen opleiding tot ingenieur volgde”

“Het grappige is dat ik initieel helemaal geen opleiding tot ingenieur volgde”, lacht de man uit Balen, nabij Mol. “Om eerlijk te zijn, was ik niet echt een ijverige student op school en na mijn humaniora ben ik gestopt met een A2-diploma mechanica. Ik was evenwel een echte autofreak!”

Als tiener trok Wim op met zijn nonkel, die onder andere racewagens klaarstoomde voor amateurwedstrijden. “Ik was 14 jaar en trots dat ik wagens mocht kuisen, mij over de velgen mocht ontfermen en heel wat kleine taken op mij mocht nemen”, vervolgt hij. “Zo was ik onder andere de monteur (pit crew medewerker die verantwoordelijk is voor het onderhouden van de racewagen) van Jeffrey Van Hooydonk. Langs die weg ging ik als ingenieur aan de slag bij het KRK team, dat racete met Dodge Viper GT3. Ik had nooit durven dromen dat ik zo’n functies zou uitvoeren! Vervolgens werkte ik voor enkele andere Belgische teams en nadien ook Lamborghini. Sinds 2019 werk ik voor WRT.”

Hoe wordt men eigenlijk ingenieur, zonder diploma?

Hoe wordt men eigenlijk ingenieur, zonder diploma? “Ik ben echt niet de enige in het wereldje”, vertelt Wim. “Race-ingenieur worden, ik denk dat dat iets is wat je in je hebt… of niet. In mijn geval heb ik in de loop der jaren steeds meer verantwoordelijkheden gekregen. Natuurlijk moet je enkele basisconcepten begrijpen over hoe een racewagen werkt, denk maar aan de ophanging, de aerodynamica, de stabilisatorstangen, de gewichtsverdeling, … Ik heb op m’n eentje kennis opgebouwd over die zaken en die vervolgens toegepast tijdens wedstrijden.”

Een beroep gestoeld op opofferingen

Een beroep gestoeld op opofferingen

Hoewel hij als ingenieur is toegewezen aan de Audi #32, staat Wim daarbij niet alleen. “In mijn job gaat 50% van mijn tijd naar de wagen en de andere 50% naar menselijke relaties”, vervolgt hij. “Ik word gesteund door een data-ingenieur, die vooral de piloten helpt door samen met hen gegevens van de wagen en videobeelden te analyseren. Zijn doel is om hen sneller te laten rijden door het maximale uit de wagen te halen. Ik langs mijn kant moet, in samenwerking met de piloten, de optimale afstellingen voor de wagen bepalen. Uiteraard werken we daarbij nauw samen met de monteurs en andere teamleden.”

Vanzelfsprekend weet Wim over welke kwaliteiten een goede piloot moet beschikken.

Vanzelfsprekend weet Wim over welke kwaliteiten een goede piloot moet beschikken. Heeft hij dan nooit zelf zin om achter het stuur te kruipen? “Nooit!”, repliceert hij zelfzeker met een grote glimlach. “In mijn carrière heb ik al vroeg de kans gehad om plaats te nemen aan de zijde van echte racepiloten. Ik begreep vrij snel waar deze jongens het verschil maakten en waar ze toe in staat zijn, is echt bijzonder. Ik wist dus vrijwel meteen dat ik niet daar thuishoorde.”

De racecarrière van Wim kwam dus ten einde nog voor ze eigenlijk begonnen was en de geschiedenis gaf hem gelijk. “Af en toe rij ik op de simulator, voornamelijk om te racen tegen ‘mijn’ piloten”, lacht hij. “Het is louter voor de fun en we amuseren ons geweldig goed… maar ze zijn duidelijk een pak sneller dan ik.”

Zoals het overgrote merendeel van de personen uit het autosportmilieu

Zoals het overgrote merendeel van de personen uit het autosportmilieu, brengt Wim heel wat offers om van zijn passie te kunnen leven. “Ik durf het aantal uren of dagen dat ik van thuis weg ben niet te tellen”, erkent hij. “Laten we ervan uitgaan dat ik tussen de 23 en 26 weekends per jaar op wedstrijden ben. Globaal genomen betekent dat vijf dagen weg van huis, meer zelfs voor de grote races zoals etmaalraces. Daarbij moet je nog testdagen tellen. Bovendien moet ik toegeven dat, zelfs als ik thuis ben, ik in gedachten vaak elders ben. Ik denk eigenlijk constant aan wedstrijden. Het gebeurt regelmatig dat mijn vriendin ’s avonds tv kijkt terwijl ik op mijn computer werk, gegevens analyseer of nadenk over nieuwe strategieën. Ik weet dat een goede voorbereiding essentieel is en in de aanloop naar een wedstrijd, wil ik ervoor zorgen dat ik zo goed mogelijk voorbereid ben. Hetzelfde geldt ook voor mijn vrienden, die ik veel te weinig zie aangezien ik maar enkele weekends per jaar vrij ben. De coronacrisis heeft dat probleem nog meer in de verf gezet, aangezien ik veel schrik had om positief te testen en daardoor een wedstrijd zou moeten missen. Ik klaag echter niet. Ik weet dat het deel is van de job.”

Zegehonger

Zegehonger

Wim kan terugblikken op een succesvol seizoen, met de titels van Team WRT in de GT World Challenge Europe en de zege in de LMP2-klasse bij de 24 Uur van Le Mans. Zijn zegehonger blijkt een grote motivator. “Ik kan mij niet voorstellen dat ik ooit op een wedstrijd zal zijn gewoon om erbij te zijn, zonder mogelijkheid om vooraan mee te strijden”, laat hij zich ontvallen. “Ik ben een competitiebeest en wat me motiveert, is de strijd met anderen. Daarom voel ik mij enorm goed thuis bij Team WRT aangezien we die visie delen. Elk detail telt en we deinzen er niet voor terug om ons steeds opnieuw in vraag te stellen. Het gebeurt regelmatig dat we, bij testen in de aanloop naar het seizoen, bepaalde zaken uittesten die, in eerste instantie, niet werken zoals gehoopt. We willen echter proberen om alles te begrijpen, alles uittesten en vooral afstellingen proberen waar onze tegenstanders misschien nog niet aan gedacht hebben.”

Wim leeft aan 300 km/u

Wim leeft aan 300 km/u, is vaak onderweg en gooit zich voor zijn passie die uiteindelijk zijn beroep is geworden. Hij weet waarom hij bepaalde offers brengt. “Toen mijn vader in 2011 overleed, besloot ik om niet langer fulltime aan de slag te gaan in de autosport”, vertelt hij. “Ik was zelfstandige in bijberoep en werkte maar enkele races af per jaar. Dat heeft evenwel niet lang geduurd! Ik miste de competitie en het werk… Ik ben 37 en denk soms dat ik niet mijn hele leven aan dit tempo zal kunnen leven. Voorlopig stel ik me echter geen vragen. Terwijl ik dit vertel, zit ik in een reeks van vier opeenvolgende weekends, waaronder één in Indianapolis in de Verenigde Staten. Dat is veeleisend, maar ook enorm boeiend.”

Wie had ooit durven denken dat Wim

Wie had ooit durven denken dat Wim, die niet echt van school hield, het ooit zou schoppen tot één van de sleutelfiguren in het op internationaal vlak meest succesvolle Belgische team? Hij zelf in elk geval niet. “Soms keer ik wel eens terug naar de afdeling op de middelbare school waar ik mechanica volgde”, besluit Wim. “Ik vertel de leerlingen dat het niet louter het diploma is wat de doorslag geeft. Mijn levensmotto is: ‘Als je iets echt wil, kan en moet je ervoor gaan’!”

(Foto’s: WRT/Patrick Hecq en WRT/Michele Scuderio)

Misschien bent u ook geïnteresseerd in deze artikels